Het is weer zo ver: Prinsjesdag! Best een gekke naam eigenlijk, voor een dag waarop de Troonrede wordt voorgelezen en de plannen van de regering voor het komend jaar bekend worden gemaakt. Hoezo, ‘Prinsjesdag’?

Degene naar wie Prinsjesdag is vernoemd was nog niet eens geboren toen zijn vader overleed. Deze vader was stadhouder Willem II, oftewel de Prins van Oranje. Die stierf volkomen onverwacht, in 1650, toen hij nog maar 24 jaar was. Tien dagen later beviel zijn vrouw van hun zoontje, het kleine Prinsje van Oranje. Daarmee werd ook Prinsjesdag geboren. Ook de opvolgers van deze prins kregen hun eigen Prinsjesdag. Dit was dus eigenlijk wat we nu Koninginnedag (of Koningsdag) noemen.

Eigenlijk is niet bekend waarom de openingsdag van de Staten-Generaal later Prinsjesdag is gaan heten. Wel is duidelijk dat Prinsjesdag aanvankelijk in november plaatsvond, toen naar oktober werd verplaatst, en nog weer later naar september. Zo was er genoeg tijd om de begrotingsplannen voor het nieuwe jaar af te handelen. En in 1887 werd Prinsjesdag op verzoek van de christelijke kamerleden van de derde maandag naar de derde dinsdag in september verplaatst. Zo hoefden ze niet op zondag te reizen om op tijd in Den Haag te kunnen zijn!

(Meer heim-weetjes lezen? Kijk dan hier, of abonneer je met deze RSS-Feed!)